Valpreventie: zo verlaag je het risico om te vallen

Elke vijf minuten belandt er in Nederland iemand van vijfenzestig jaar of ouder op de spoedeisende hulp na een val. Dat is geen pech en ook geen onvermijdelijk gevolg van ouder worden: valrisico is meetbaar, en het is voor een groot deel te verlagen. Op deze pagina lees je waar dat risico vandaan komt, hoe een valpreventieprogramma is opgebouwd en wat je thuis zelf kunt aanpassen.

Waar het valrisico vandaan komt

Vallen heeft bijna nooit één oorzaak. Meestal komen er drie of vier factoren samen, en juist die opeenstapeling maakt het gevaarlijk. De belangrijkste factoren zijn:

  • Spierkracht in de benen. Vanaf ongeveer het vijftigste levensjaar neemt de spiermassa geleidelijk af, sneller bij weinig beweging. Wie niet meer zonder handen uit een stoel komt, heeft daar een duidelijk signaal van.
  • Balans en reactievermogen. Het herstellen van een struikeling vraagt binnen een fractie van een seconde een stap in de goede richting.
  • Medicijnen. Slaapmiddelen, kalmerende middelen, bepaalde bloeddrukverlagers en meerdere middelen tegelijk vergroten het risico aantoonbaar.
  • Zicht. Een verouderde bril of een multifocaal glas maakt drempels en trapranden lastiger in te schatten.
  • Duizeligheid bij het opstaan. Een bloeddruk die bij het overeind komen te snel zakt, is een klassieke aanleiding.
  • De woning. Losse kleedjes, slechte verlichting, een steile trap zonder tweede leuning en drempels tussen kamers.

Hoe het risico wordt vastgesteld

Een fysiotherapeut of praktijkondersteuner brengt het risico in kaart met een korte vragenlijst en een paar eenvoudige tests. Er wordt gevraagd of je het afgelopen jaar bent gevallen, of je bang bent om te vallen en of je moeite hebt met lopen of opstaan. Daarna volgen tests zoals vijf keer opstaan uit een stoel zonder handen, een korte loopafstand op tijd, en balans op een smalle stand. Wie het afgelopen jaar één keer viel met letsel, of twee keer of vaker viel, geldt vrijwel altijd als hoog risico.

Wat een valpreventieprogramma inhoudt

Programma’s die daadwerkelijk minder valincidenten laten zien, hebben opvallend veel met elkaar gemeen. Ze combineren balans en kracht, ze duren minstens twaalf weken en ze worden drie keer per week uitgevoerd. Alleen wandelen is niet genoeg; de balans moet echt worden uitgedaagd.

  • Balanstraining. Staan met de voeten achter elkaar, gewicht verplaatsen, op één been staan, lopen over een lijn, en later stappen in onverwachte richtingen.
  • Krachttraining voor de benen. Opstaan uit een stoel, kuitheffen aan het aanrecht, een stap opzij en traplopen, opgebouwd in weerstand of herhalingen.
  • Valtechniek. In sommige programma’s leer je hoe je opstaat na een val en hoe je een val opvangt.
  • Vertrouwen. Angst om te vallen leidt tot minder bewegen, en minder bewegen leidt tot meer risico. Die cirkel doorbreken hoort bij het programma.

Bekende Nederlandse programma’s zijn onder meer In Balans en Otago, die beide in groepen of individueel worden aangeboden. De geriatriefysiotherapeut begeleidt vaak de mensen bij wie meerdere aandoeningen tegelijk spelen.

Wat je thuis kunt aanpassen

Ongeveer de helft van de valpartijen bij ouderen gebeurt in en om het huis. Haal losse kleedjes weg of plak ze vast, zorg voor een tweede trapleuning, hang een lamp met bewegingsmelder in de gang naar de slaapkamer, en zet vaak gebruikte spullen op een hoogte tussen heup en schouder zodat je niet hoeft te klimmen. Draag schoenen met een stevige zool binnenshuis in plaats van sloffen. Laat je bril jaarlijks controleren en vraag de apotheker om een medicatiebeoordeling wanneer je vijf of meer middelen gebruikt.

Vergoeding

Sinds 2024 wordt een valpreventieprogramma voor mensen van vijfenzestig jaar en ouder met een verhoogd valrisico onder voorwaarden vanuit de basisverzekering vergoed. De precieze route verschilt per gemeente en per verzekeraar, en de huisarts of praktijkondersteuner speelt daarin meestal een rol. Vraag de actuele voorwaarden na bij je zorgverzekeraar en kijk voor de gangbare kosten van losse zittingen in het overzicht van de tarieven.

Veelgestelde vragen

Ik ben nog nooit gevallen, is een programma dan zinvol?
Als je merkt dat opstaan uit een stoel zwaarder gaat, dat je onzeker wordt op oneffen ondergrond of dat je activiteiten gaat mijden, dan is dat het moment om te beginnen. Wachten tot de eerste val is de minst gunstige route.

Hoe lang duurt het voordat ik verschil merk?
De meeste programma’s laten na acht tot twaalf weken meetbare vooruitgang in kracht en balans zien. Om die winst te behouden moet de training daarna doorlopen, al mag de frequentie iets omlaag.

Kan ik zelf oefenen zonder begeleiding?
Dagelijks bewegen en opstaanoefeningen aan een stevige steun kun je zelf doen. Voor het uitdagen van de balans is begeleiding aan te raden, juist omdat die oefeningen alleen werken wanneer ze net buiten je comfortzone liggen.

Item toegevoegd aan winkelwagen.
0 items -  0,00