COPD en fysiotherapie: ademhaling, conditie en dagelijks bewegen

Bij COPD ontstaat er een vervelende cirkel. Traplopen kost moeite, dus je vermijdt de trap. Daardoor verzwakken de beenspieren, waardoor dezelfde trap nog meer zuurstof vraagt, waardoor je nog benauwder wordt. Het doorbreken van die cirkel is de kern van wat fysiotherapie bij COPD doet, en het is een van de best onderbouwde onderdelen van de behandeling.

Wat COPD met bewegen doet

COPD is een aandoening waarbij de luchtwegen vernauwd zijn en het longweefsel is beschadigd, meestal door jarenlang roken. Uitademen kost daardoor moeite en er blijft lucht in de longen achter. Maar de benauwdheid bij inspanning komt niet alleen uit de longen. De beenspieren van mensen met COPD zijn vaak duidelijk zwakker en vermoeien sneller, deels door het verminderde bewegen en deels door de aandoening zelf. Juist dat spierdeel is goed te trainen, ook wanneer de longfunctie niet verbetert.

Wat een programma inhoudt

  • Conditietraining. Fietsen of lopen op een intensiteit die net uitdaagt, opgebouwd over de weken. Dit is het onderdeel met het grootste effect.
  • Krachttraining voor de benen en armen. Sterkere spieren vragen minder zuurstof voor dezelfde handeling, waardoor je langer doorkunt.
  • Ademhalingstechniek. Vooral de pursed lip breathing, waarbij je door getuite lippen uitademt om de luchtwegen langer open te houden, en het leren beheersen van een benauwdheidsaanval.
  • Ophoesten van slijm. Technieken zoals huffen om slijm met minder inspanning naar boven te krijgen.
  • Energie verdelen. Zware handelingen spreiden over de dag, zittend douchen, en boodschappen in twee keer doen.

Vaak maakt de fysiotherapie deel uit van een breder revalidatieprogramma met een diëtist, een longverpleegkundige en soms een psycholoog. Ondergewicht en verlies van spiermassa komen bij COPD veel voor en vragen aandacht voor voldoende eiwit, anders levert trainen te weinig op.

Wat het oplevert

Longrevalidatie is bij COPD in tientallen studies onderzocht en laat consequent verbetering zien in inspanningsvermogen, in benauwdheid tijdens dagelijkse handelingen en in kwaliteit van leven. Ook het aantal ziekenhuisopnames na een longaanval ligt lager bij mensen die een programma volgden. De longfunctie zelf verandert daar meestal niet door; wat verandert is wat je met die longfunctie kunt doen. Dat onderscheid is belangrijk om de verwachtingen goed te zetten.

Trainen tijdens en na een longaanval

Bij een longaanval, ook wel exacerbatie genoemd, neemt de benauwdheid toe en wordt de training tijdelijk aangepast in plaats van gestopt. Volledige rust kost in korte tijd veel spierkracht, en juist na een opname is dat verlies groot. Beginnen met lichte activiteit tijdens en direct na een aanval, en dan geleidelijk opbouwen, is daarom het uitgangspunt. De therapeut stemt dat af met de longarts of de huisarts.

Vergoeding

Fysiotherapie bij COPD wordt vanuit de basisverzekering vergoed. Het aantal behandelingen dat wordt vergoed hangt af van de ernst van de aandoening, uitgedrukt in de zogeheten GOLD-classificatie en de ziektelast, met in het eerste jaar meer behandelingen dan in de jaren daarna. Er is een verwijzing nodig en het eigen risico is van toepassing. Omdat deze regeling regelmatig wordt aangepast, kun je het actuele aantal het beste bij je zorgverzekeraar navragen. Zie ook het overzicht van de tarieven.

Wat je zelf doet

Blijf dagelijks bewegen, ook op de dagen dat het tegenzit; een korte wandeling telt. Stoppen met roken is bij COPD de enige maatregel die de achteruitgang van de longfunctie werkelijk afremt, op elk moment in het beloop. Haal jaarlijks de griepprik, houd je onderhoudsmedicatie aan en laat je inhalatietechniek af en toe controleren bij de apotheek, want een groot deel van de mensen gebruikt de inhalator niet zoals bedoeld en krijgt daardoor minder medicijn binnen dan gedacht.

Veelgestelde vragen

Mag ik trainen als ik benauwd word?
Een zekere mate van benauwdheid tijdens inspanning hoort erbij en is niet gevaarlijk. De therapeut werkt met een schaal om die benauwdheid te scoren en houdt de intensiteit in een gebied dat uitdaagt zonder te overvragen. Bij pijn op de borst of duizeligheid stop je wel direct.

Wordt mijn longfunctie beter van trainen?
Meestal niet. Wat verbetert is het uithoudingsvermogen en de kracht van je spieren, waardoor je met dezelfde longfunctie meer kunt doen en minder benauwd bent bij dagelijkse handelingen.

Hoe vaak moet ik trainen?
In een revalidatieprogramma meestal twee tot drie keer per week onder begeleiding, aangevuld met dagelijkse activiteit thuis. Na afloop is het onderhouden van die frequentie bepalend voor het behoud van de winst.

Item toegevoegd aan winkelwagen.
0 items -  0,00