Oefentherapie Mensendieck: houding en bewegingsgewoonten

Sommige klachten hebben geen duidelijk begin. Geen val, geen verkeerde beweging, alleen een nek die na elke werkdag zwaarder aanvoelt. In dat soort gevallen ligt de oorzaak vaak niet in één moment maar in een gewoonte: de manier waarop je duizend keer per dag zit, staat, tilt en ademt. Oefentherapie Mensendieck richt zich precies daarop.

Wat oefentherapie Mensendieck is

Oefentherapie Mensendieck is een zelfstandig paramedisch beroep met een vierjarige hbo-opleiding, ontstaan uit het werk van de Amerikaanse arts Bess Mensendieck aan het begin van de twintigste eeuw. Waar de fysiotherapie vaak begint bij het weefsel dat pijn doet, begint de oefentherapeut bij het bewegingspatroon dat dat weefsel elke dag belast. Naast Mensendieck bestaat de richting Cesar; beide zijn sinds enkele jaren samengevoegd in één opleiding en één beroepsvereniging.

Hoe een traject eruitziet

Het begint met een bewegingsanalyse. Je wordt gefilmd of geobserveerd tijdens gewone handelingen: opstaan uit een stoel, iets van de grond pakken, een tas dragen, achter je bureau zitten, traplopen. Daaruit komen de patronen naar voren die de klacht in stand houden, bijvoorbeeld tillen vanuit de rug in plaats van vanuit de heupen, of een borstkas die bij het ademen nauwelijks meebeweegt.

Daarna volgt het oefenen, en dat is bewust traag werk. Je leert eerst voelen wat je doet, want de meeste gewoonten voelen normaal juist omdat ze gewoonte zijn. Vervolgens oefen je het alternatief in kleine stappen, eerst bewust en langzaam, later in het tempo van de dagelijkse handeling. Spiegels, aanraking en korte instructies worden gebruikt om het verschil merkbaar te maken. Een traject loopt meestal over acht tot twaalf zittingen, verspreid over enkele maanden, omdat een gewoonte tijd nodig heeft om te verschuiven.

Bij welke klachten dit past

  • Nek-, schouder- en rugklachten die samenhangen met werkhouding of beeldschermwerk.
  • Klachten die steeds terugkomen zonder aanwijsbare beschadiging.
  • Spanningsgerelateerde klachten, waaronder hoofdpijn en een hoge, oppervlakkige ademhaling.
  • Bekken- en rugklachten tijdens en na de zwangerschap.
  • Houdingsproblemen bij jongeren in de groei, bijvoorbeeld bij een scoliose.
  • Klachten bij aandoeningen zoals artrose, waarbij een andere manier van bewegen de belasting verdeelt.

Wat het verschil is met fysiotherapie

De grens is in de praktijk minder scherp dan op papier, want beide beroepen gebruiken oefeningen en uitleg. Het accent verschilt wel. De oefentherapeut werkt vrijwel uitsluitend met bewuste beweging en houding, zonder handelingen op de behandeltafel zoals mobilisaties of dry needling. Er wordt gewerkt in langere sessies met veel aandacht voor bewustwording, en er is verhoudingsgewijs veel aandacht voor ademhaling en spanningsregulatie. Bij een acute blessure ligt de fysiotherapeut meer voor de hand; bij klachten die met gewoonten samenhangen, is de oefentherapeut vaak een logische keuze.

Wat je zelf inbrengt

Dit is oefentherapie in de letterlijke zin: zonder oefenen tussen de afspraken door gebeurt er weinig. Verwacht korte, dagelijkse opdrachten die aan bestaande momenten worden gekoppeld, bijvoorbeeld even nagaan hoe je zit zodra de waterkoker aanstaat, of bewust vanuit de heupen buigen bij het uitruimen van de vaatwasser. Juist die koppeling aan een bestaand moment maakt het verschil tussen een oefening die je vergeet en een gewoonte die verandert.

Vergoeding

Oefentherapie valt net als fysiotherapie voor volwassenen grotendeels in de aanvullende verzekering, met vergoeding uit de basisverzekering bij aandoeningen op de chronische lijst vanaf de eenentwintigste behandeling. Voor kinderen tot achttien jaar geldt een ruimere regeling. De oefentherapeut is direct toegankelijk, dus een verwijzing is meestal niet nodig. Zie ook het overzicht van de tarieven.

Veelgestelde vragen

Heb ik een verwijzing nodig?
Meestal niet, want de oefentherapeut is direct toegankelijk. Sommige polissen vragen bij bepaalde vormen van zorg alsnog om een verwijzing van de huisarts, dus controleer dat vooraf.

Hoeveel zittingen duurt een traject?
Doorgaans acht tot twaalf, verspreid over enkele maanden. Het aantal zegt minder dan de regelmaat: een gewoonte verandert door dagelijkse herhaling, niet door de afspraak zelf.

Kan ik zowel fysiotherapie als oefentherapie krijgen?
Dat kan, maar meestal niet tegelijk voor dezelfde klacht. Overleg met beide behandelaars welke aanpak op dit moment het meest voor de hand ligt en houd rekening met het aantal zittingen in je polis.

Item toegevoegd aan winkelwagen.
0 items -  0,00